Geschiedenis

De geschiedenis van de molen begint al voor 1718, het bouwjaar dat op de gevelsteen van de molen vermeld staat. De molen heeft namelijk een voorganger gehad die echter op een andere plaats gestaan heeft, namelijk aan de Sluisendijk, aan de westkant van het dorp Heinenoord ter hoogte van waar nu de leidingenstraat is.

In de tijd waarin de molen gebouwd is was het buurtschap een zelfstandige gemeente, liggend in de Vrije en Hoogheerlijkheid van heer Goidschalck Oem. Er is niet veel bekend over de geschiedenis van de molen uit die tijd. Wel weten we dat er veel gedraaid werd voor de diaconie van de kerk. In die dagen kenden de kerken al een soort voedselbank met brood.
Een eeuw na de oprichting van de molen, we schrijven dan het jaar 1818, wordt de molen met erf gekocht door de familie Kluit. Tot 1924 draaien diverse generaties van deze vooraanstaande familie op de molen. Dat ze aan de molen verknocht waren blijkt uit het volgende: op gezette tijden hadden zij een molenmaker over de vloer, met kost en inwoning. De molen werd dan helemaal nagekeken en waar nodig gerepareerd. Zo kon het zijn dat de molen van Goidschalxoord tot één van de Neerlands best onderhouden molens behoorde.
In 1924 vertrekt de familie Kluit naar Barendrecht en later naar Rotterdam en wordt de molen verkocht aan de familie Weeda die tot dan als molenaars op de Poldersche Molen te Maasdam actief waren. De familie Weeda is tot mei 2007 eigenaar geweest van het molencomplex en heeft tot 1953 met de molen gemalen.

De molen is in meerdere opzichten uniek te noemen, als eerste in Nederland draaide de molen van Goidschalxoord met drie koppels 16er kunststenen met bijbehorende regulateurs. Deze molenstenen werden gebruikt vanwege hun goede maaleigenschappen en duurzaamheid en bevinden zicht nog steeds in de molen. Ook de combinatie huis - molen - motorhuis is uniek. Via een stoommachine in het bijgebouw/motorhuis werd via een ondergrondse riemaandrijving de molen bij windstil weer toch bemalen.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de molen voorzien van een houten stofzuiginstallatie waarmee vrijkomend meelstof kon opgevangen worden. Restanten van deze installatie zijn nu nog in de molen aanwezig.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de molen voorzien van een installatie om energie op te wekken. Ook hiervan zijn er nog restanten net op of net onder de kapzolder te vinden.
Al deze unieke elementen wil de Stichting Molencomplex Goidschalxoort meenemen in haar restauratieplan.

Als dan de concurrentiestrijd met moderne machines niet meer vol te houden is wordt de
molen in 1953 stilgezet. In de loop der jaren raakt hij echter in verval. Diverse malen wordt er een poging ondernomen de molen gerestaureerd te krijgen.
In 1970 wordt een poging ondernomen de molen bij het Streekmuseum onder te brengen en in 1986 vraagt de Werkgroep Goidschalxoord aandacht voor de bouwvallige molen. Ook particulier initiatief loopt op niets uit. De tand des tijds knaagt verder en in 1998 moet de molen om veiligheidsredenen onttakeld worden. Verder verval volgt en de molen valt ten prooi aan souvenirjagers en vandalen. Toch staat tot ieders verbazing tot op heden de romp nog steeds overeind.